Een servermigratie lijkt overzichtelijk zolang je alleen naar de servernaam en de data kijkt. In de praktijk zijn er afhankelijkheden met DNS, Active Directory, shares, printers, applicaties, back-ups en monitoring. Een goede inventarisatie voorkomt dat de nieuwe server technisch werkt maar gebruikers niet meer kunnen werken.
1. Maak een afhankelijkhedenkaart
Noteer welke rollen en applicaties op de oude server draaien, wie ze gebruikt en welke systemen ermee verbinden. Denk aan shares, geplande taken, databases, licenties, scanners, printers, scripts en externe koppelingen.
2. Kies de migratiestrategie
Bepaal of je naast de bestaande server migreert, een tijdelijke parallelle omgeving gebruikt of een gecontroleerde cutover uitvoert. Voor domeincontrollers, fileservers en applicatieservers gelden verschillende aandachtspunten.
3. Controleer capaciteit en support
Dimensioneer CPU, geheugen, opslag en netwerk op basis van werkelijk gebruik én verwachte groei. Controleer of besturingssysteem, applicatieversies, drivers en back-upsoftware elkaar ondersteunen.
4. Test de back-up en rollback
Maak een actuele back-up en beschrijf hoe je teruggaat wanneer de migratie mislukt. Een rollback is alleen bruikbaar wanneer duidelijk is welke DNS-records, shares en configuraties moeten worden teruggezet.
5. Plan de cutover
Communiceer een onderhoudsvenster, stop wijzigingen op het oude systeem en registreer de laatste synchronisatie. Controleer na de overstap authenticatie, shares, applicaties, printen, back-ups en monitoring.
6. Houd de oude server niet te lang actief
Laat de oude omgeving tijdelijk beschikbaar voor controle, maar verwijder hem niet voordat de nieuwe omgeving stabiel is en de bewaartermijnen zijn bekeken. Documenteer daarna decommissioning en verwijder oude accounts en toegang.
Een migratie combineren met een actieve storing? Bekijk onze aanpak voor serverproblemen. Exchange Consultants kan als white-label partner de technische uitvoering en overdracht ondersteunen.