Packet loss betekent dat datapakketten hun bestemming niet bereiken. Een klein verlies valt soms niet op, maar bij spraak, video, VPN en interactieve applicaties ontstaan haperingen en time-outs. De locatie van het verlies is belangrijker dan één losse pingtest.
Test van dichtbij naar ver weg
Begin bij de client naar de lokale gateway, daarna naar een interne server en pas daarna naar een publiek adres. Als het verlies al naar de gateway zichtbaar is, zoek je het in wifi, kabel, switch of lokale netwerkconfiguratie.
Let op pieken en patronen
Een continue storing vraagt om een andere aanpak dan packet loss tijdens kantooruren of alleen bij zware back-ups. Meet meerdere minuten en leg tijdstippen vast. Vergelijk de meting met switch- en firewallstatistieken.
Controleer fysieke verbindingen
Bekijk CRC-errors, link flaps, duplexproblemen en foutentellers op switchpoorten. Een beschadigde kabel of slechte connector kan klachten veroorzaken die verdwijnen zodra iemand de kabel aanraakt of de link opnieuw onderhandelt.
Controleer wifi afzonderlijk
Bij draadloze clients kunnen interferentie, lage signaalsterkte en roaming de oorzaak zijn. Vergelijk een bekabelde test op dezelfde plek. Zo voorkom je dat je de internetprovider aanspreekt op een probleem dat in de lucht zit.
Controleer MTU en VPN
Verkeerde MTU-instellingen kunnen vooral via VPN of tunnels tot fragmentatie en verlies leiden. Controleer de tunnelconfiguratie en pas waarden alleen gecontroleerd aan. Test na iedere wijziging opnieuw met de applicatie die klachten geeft.
Escaleren met bruikbare informatie
Een provider kan meer met een tijdstip, bron- en bestemmingsadres, traceroute en meetresultaat dan met “het internet is traag”. Bewaar de metingen en vermeld welke diensten impact hebben.
Ervaar je terugkerende haperingen? Bekijk hulp bij een traag netwerk of neem contact op voor analyse van jouw netwerkprobleem.