Bij een internetstoring lijkt alles tegelijk te stoppen. Toch is het verschil tussen geen internet, geen DNS en geen toegang tot cloudapplicaties belangrijk. Een vaste diagnosevolgorde voorkomt dat je de provider belt terwijl de lokale firewall of switch de oorzaak is.
Vraag wat precies niet werkt
Werken interne shares en printers nog? Kunnen gebruikers een publiek IP-adres bereiken? Werkt een website via IP maar niet via naam? Deze vragen verdelen de storing snel over internetverbinding, DNS, firewall of intern netwerk.
Begin bij de fysieke verbinding
Controleer modem, router, firewall-uplink en eventuele glasvezel- of koperconverter. Bekijk linklampjes en interface-events, maar reset apparatuur niet meteen: je verliest dan mogelijk loggegevens over de storing.
Controleer de WAN-status
Bekijk synchronisatie, toegewezen IP-adres, gateway en foutmeldingen. Een wijziging bij de provider of een verlopen DHCP-lease kan de oorzaak zijn. Noteer tijdstip en circuitgegevens voor een eventuele providerescalatie.
Test DNS en firewall afzonderlijk
Een firewall kan internetverkeer blokkeren door een verlopen licentie, volle state table of policywijziging. DNS kan op zijn beurt alleen naamresolutie raken. Test daarom publiek IP-verkeer, een publieke naam en een interne naam los van elkaar.
Controleer lokale impact
Als maar één verdieping of VLAN is getroffen, ligt het probleem waarschijnlijk intern. Controleer switch-uplinks, VLAN's, DHCP en access points. Werkt bekabeld wel maar wifi niet, richt je onderzoek dan niet op de provider.
Maak herstel en communicatie duidelijk
Leg vast welke diensten geraakt zijn, welke tijdelijke oplossing beschikbaar is en wanneer je opnieuw communiceert. Na herstel test je cloud, VPN, DNS, telefonie en back-ups; internet browsen alleen is niet genoeg.
Duurt de storing voort? Onze netwerkhulp kan de oorzaak systematisch isoleren. Voor IT-bedrijven werken wij desgewenst op de achtergrond als white-label partner.