DNS vertaalt namen naar IP-adressen en vormt daarmee een basislaag onder bijna ieder bedrijfsnetwerk. Een DNS-probleem kan eruitzien als een internetstoring, een serverprobleem of een storing in Microsoft 365. De gebruiker ziet alleen dat een applicatie niet opent.

Herken het patroon

Vraag of verbinding via een IP-adres wel lukt terwijl de hostname faalt. Test meerdere apparaten en zowel interne als externe namen. Als slechts één locatie problemen heeft, kijk dan eerst naar de lokale DNS-server, DHCP-configuratie of VPN.

Controleer DNS-servers op clients

Bedrijfsapparaten horen doorgaans de DNS-servers te gebruiken die via DHCP of een beheerd profiel worden aangeboden. Een handmatig ingestelde publieke DNS kan interne domeinnamen niet vinden en kan Active Directory verstoren.

Controleer interne records

Bekijk A-, CNAME- en SRV-records voor servers, applicaties, autodiscover en domeincontrollers. Een oud IP-adres na een migratie zorgt vaak voor klachten die alleen bij sommige gebruikers zichtbaar zijn door caching.

Let op caching en TTL

Clients en DNS-forwarders bewaren antwoorden tijdelijk. Na een wijziging kan het dus lijken alsof de ene werkplek wel werkt en de andere niet. Controleer de TTL en wis alleen caches wanneer je de wijziging en impact begrijpt.

Forwarders en internetresolutie

Een interne DNS-server gebruikt vaak forwarders voor publieke namen. Controleer bereikbaarheid, time-outs en filtering richting deze servers. DNS over HTTPS op clients kan bovendien het bedrijfsbeleid omzeilen en maakt diagnose lastiger.

DNS en Active Directory

Active Directory is sterk afhankelijk van correcte DNS. Ontbrekende SRV-records, een verkeerde zone of een niet-replicerende DNS-dienst kan inloggen, Group Policy en serverbeheer beïnvloeden. Verander daarom niet zomaar records op een domeincontroller.

Een DNS-storing raakt vaak het hele netwerk. Voor hulp bij netwerkproblemen, domeincontrollers en serverkoppelingen kun je Exchange Consultants inschakelen — ook als discrete technische partner.